In de zomervakantie ben ik onderzoek gaan doen naar mythen en sagen verbonden met Nederland. Er is geen enkele overlevering waar geen kern van waarheid in zit. Alleen…hoe lees je die oerverhalen? Wat is er in de loop der tijden veranderd aan een verhaal en ook, helaas, soms moedwillig weggelaten of herschreven? Dan kun je het beste eigen onderzoek gaan doen en een verband leggen tussen wat je zelf ervaart en wat er geschreven staat. Dit is wat ik aan het leren ben en hieronder wil ik alvast een aantal van die verhalen met jullie delen.

 

 

Mijn verhalen en het onderzoek staan nog maar aan het begin en hebben betrekking op de provincie Gelderland omdat ik daar het sterkst mee verbonden ben. Met de oeroude grond; afzettingen van de laatste ijstijd, toen het ijs vanuit het Noorden over Nederland trok en bleef steken bij wat we nu kennen als de Utrechtse Heuvelrug en de Posbank. Met zandgronden, heide, heuvelen, naaldbossen en berkenbomen, het rivierengebied met uitgestrekte uiterwaarden, de onzalige bossen en het coulissenlandschap. Een magisch land waarover veel mythen en sagen bewaard zijn gebleven. Verhalen die gaan over Witte Wieven, wetende vrouwen, wijze priesteressen.

 

 

De onderzoekjes zijn in gang gezet en zullen eindeloos door kunnen gaan, want er komen steeds nieuwe ontdekkingen en wetenswaardigheden bij, maar het mooie vind ik dat het mij zo duidelijk laat zien hoe ík, als persoon, verbonden ben met de aarde waarop ik leef. Het maakt dat ik mij ook beter kan gronden en begeleiding kan voelen. Wij zijn in onze westerse wereld misschien wel heel erg bezig met het ‘straks’ en ‘daarginds’ en vooral met de kennis van culturen die prachtig zijn, maar niet altijd van eigen bodem en wij vergeten wat onze eigen grond te bieden heeft. We leren over de wereldgeschiedenis, maar bijna niemand, in West Europa, leert over de Germanen, de Kelten en de Saksen, over oude vertellingen van je Oermoeders en -vaders. Niemand leert dat er uit die tijd mooie verhalen zijn en overleveringen om dat te eren. Daarentegen zijn onze ogen gericht op oude culturen van andere continenten en willen we ons erg graag daarmee verbinden. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn, maar waar je in bloedlijn vanaf stamt is zeker een onderzoek waard.

 

Witte_wieven1

 

Dat is juist prachtig om te onderzoeken, wat is je geboortegrond, waar liggen je wortels, het land waar je geboren bent, waar je voorouders voortleven en voel jij je daarmee verbonden en zo nee, waarom niet? Heb je je roots weleens onderzocht welke schoonheid jou die te bieden hebben? Je leeft op een bodem die jou voorziet in alles wat je nodig hebt en waarbij de verbinding met de voorouders van die grond een heel fijne ontmoeting kan opleveren en helend kan werken.

 

Mijn ontdekkingstocht begon bij de Witte Wievenkuil op de Lochemse Berg

 

Waar priesteressen de Dodenplekken bewaakten en de toegang tot de Andere Wereld beveiligden
Een kuil
Met Bron
En Dolmen
En een Welle, die de Christenen Duivelskolk zijn gaan noemen

 

Witte Wieven, meestal verschenen ze gedrieën, als de Oermoeders
Dodenheuvel en Spinnewiel, weefsters van het Lot
Godinnen van Leven en Dood

 

 

Witte Wieven in Hummelo

Wat een interessant, leuk boek is “De Sagen van de Vrouwenbergen” toch! Ik reed een binnendoorroute naar de Achterhoek. Na een avontuur op de Hilversumse heide zag ik natuurlijk overal grafheuvels en magische bergen, maar déze trok mijn aandacht zo dat ik bijna rechtdoor over de rotonde reed. Om zeker te zijn dat het niet een vuilnisbelt zou zijn, dat ik weer prevelend of wiggelend op een berg af zou lopen, heb ik navraag gedaan bij familie. Niemand kon er wat over vertellen. Maar ergens wist ik, dat bos en die berg wil ik onderzoeken, op die plek móet ik zijn. Et voila, tijdens het lezen van het boek kom ik de tekst tegen over de Wrangebult en de Witte en Zwarte Kolk. Het is dus niet alleen ‘iets’ het is ook nog eens spookachtig en naargeestig daar, volgens onderzoekjes op internet. Zo werd het niet alleen aantrekkelijk om naar toe te gaan, maar zelfs nog spannend en sensationeel.

 

 

Er zijn overleveringen die wat schimmige verhalen vertellen over het leed dat daar in vroegere tijden is geleden. Er werd daar veel gestreden tussen rivaliserende groepen en de kleinere berg bij de Wrangebult zou de schedelbult geweest zijn. Er zijn ook mensen opgehangen, later werd het de galgenberg. De twee kolken erbij maken het nog enger, want er zijn mensen geofferd in de Zwarte Kolk, zegt de legende. Het kan er, om die reden, nog steeds erg spoken en je zult er de lokale bevolking zeker niet gauw zien in schemer of duisternis.

 

De omgeving heeft wel iets mysterieus. Volgens overlevering komen de Witte Wieven, de wijze vrouwen, ’s nachts vanuit de Witte Kolk naar de Wrangebult om te dansen en te orakelen als ware zieneressen op de top. Die Wrangebult wordt beschreven als offerheuvel, want wrange is verwant aan wrong, wat duidt op een gevlochten omheining als afbakening van een heilige ruimte. De afwatering van de kolken loopt via het Hennendal en ‘Hen’ houd verband met de dood. ‘Verhennekleen’ is dialect voor iemand het doodskleed (overlijdenskleding) aantrekken.

 

 

Een arts uit Hummelo heeft zijn ervaringen uit 1917 verteld. Hij kreeg een ontzettende angstaanval en is van de berg gerend met het gevoel alsof hij met een dolk in de rug werd gestoken. Hij beschreef dit als “symptomen van geestelijke fossielen”.

 

En dus liepen we, met wat familie bij elkaar, op zondagmiddag door het magische bos. Luid giegelend en lachend om onszelf. Ikzelf voorop, de anderen in mijn kielzog, braaf volgend. Er was er al één bij die bijna in zeven sloten tegelijk liep en dacht dat ‘ze’ het op haar hadden voorzien. Er vloog weer een buizerd over, ik heb bijna op een kikker getrapt en oog in oog gestaan met een ree, maar dit was het spannendste wat we hebben meegemaakt.

 

 

De omgeving was bijzonder fijn met heel veel varenbegroeiing. De Zwarte Kolk werd bewoond door een eendenfamilie en zag groen van het kroos en de Witte Kolk was inderdaad meer open en luchtiger. Alleen kon je zien dat het er wel ontbrak aan goede zorg voor het bos. Ze gaan er met graafmachines doorheen en houden enkele paden open, maar dat gebeurt nogal woest, rommelig en voelt agressief, verwoestend aan. De fysieke menselijke aanwezigheid is akeliger bezig dan de geestelijke fossielen, geloof ik.

 

 

Wordt ongetwijfeld vervolgd……

 

Door Christel Nijland (Shama Kaur)

 

Pin It on Pinterest

Share This