© afbeelding boven: Gary McParland

Wat betekent die titel: “Op de rand van de afdaling”? Het klinkt duister en misschien zelfs wat neerslachtig of melancholisch. Toch staan we allemaal op de rand van een symbolische afdaling. Al even geleden ingezet, maar het moment waarop de herfst begint en het donkerder gaat worden dalen we – figuurlijk gesproken – af naar de diepere en donkere lagen in onszelf.

All Hallow’s Eve, ofwel Allerzielen is geweest. De avond waarop je overledenen, de overgegane zielen kunt eren en gedenken. Traditioneel gezien wordt de tafel gedekt voor deze ontbrekende personen en dit jaar heb ik nadat ik de middag had besteed aan meditatie de tafel gedekt voor twee en een voor- en hoofdgerecht gedeeld met mijn voorouder(s). Het resulteerde vooral in de verbinding voelen met mijn voorouders, hen die mij voorgegaan zijn, maar nog altijd verbonden zijn en blijven met mijn familie en ik. Het Keltische Oud en Nieuwfeest Samhain is gevierd. Er is stilgestaan bij de oogst van dit jaar. Dankbaarheid uitgesproken voor overvloedigheid.

Haar mantel om mij heen, een aanraking zacht
Zweef je mee? Een stille fluistering, een gulle lach
Over de wereld van dag naar nacht

Nevellicht laat schaduwen zien en Nacht voelt naakt
Tedere aanraking van werelden, ik slaap en waak
Geen angst die mij nu raakt

In de verte een stem “Dit is nog maar het begin”
Rust in de armen van Herinnering
Ik voel hen allemaal en natuurlijk Haar, mijn Godin

Vol weemoed en met pijn
zilveren tranen laten nevelen vrij
en helder zie ik nu hoe het was, is en zal zijn

Ik dompel onder, reinig en ik kom tot rust
De betovering van West, als een welkome kus
in de armen van haar diepe donker word ik mij bewust

© 2016 Christel Nijland

De Nornen, weefsters van het lot

De aarde keert ook terug naar binnen. Er groeien geen gewassen meer, de aarde wordt gevoed door rottende bladeren. De energie van de aarde daalt als het ware ook af dieper en dieper naar beneden. Levenskracht is er wel, maar ligt te sluimeren in de schoot van Moeder Aarde en ook in jezelf sluimert de levenskracht. Je energie is niet meer naar buiten gericht, je activiteiten richten zich juist steeds meer naar binnen, om te ontdekken wat er in die diepere lagen schuilt. Door inkeer vergaar je wijsheid. Door je bewust te worden van je dromen en talenten bepaal je wat jij sluimerend wilt houden. Deze periode heeft alles met de dood te maken, niet per sé de fysieke dood, maar meer als de kracht van transformatie. Door te ‘sterven’ zal er ruimte komen voor een nieuw begin.

In de continue cyclus waar alles aan onderhevig is zijn we bij de dood of transformatie aangekomen. De duisternis wordt nu geëerd en dat maakt dat je beter stil kunt staan bij de polariteiten van ons leven: koude en warmte, nacht en dag, dood en leven.

Onderdompeling in de wateren van Lethe, wateren der vergetelheid. Gustave Doré

De benedenwereld, of onderwereld
Je kent misschien wel een paar van de verschillende benamingen voor de benedenwereld: Duat (Egyptisch), Hel of Niflheim (Germaans), Tuonela (Fins), Patala (Hindoeïsme) of Naraka (Boeddhisme en Hindoeïsme). De onderdaardse rijken worden gezien als plekken waar de ziel van een gestorvene naartoe gaat, het hiernamaals. Voor sommigen zijn dit rijken waar je, tijdelijk, naartoe kunt reizen om je diepe angsten onder ogen te zien, je schaduwkanten te ontdekken. Een plek waar je leert over Maya, de illusie waar je in het leven mee te maken krijgt. Dat afdalen waren inwijdingen, om waarheid omtrent onsterfelijkheid te verkrijgen.

Descending God Ascending Human
De Theosofie vertelt: “Je kunt ook bewust blijven tijdens de reizen die onze ziel maakt in de nacht en na de dood. Men beschreef deze avonturen in verschillende verhalen over het afdalen in Hades en het opstijgen naar de hemel. Jezus, zo wordt ons verteld, daalde af in de hel om gevangen geesten te bevrijden; de derde dag stond hij op uit de dood en steeg daarna op naar zijn Vader. Arjuna, de prins van de Pandava’s en discipel van Krishna, werd volgens het Indiase Mahabharata door de dochter van de slangenkoning onder de wateren van Patala getrokken. Dat duidt op een soort bewustzijnstransformatie, want slangen zijn een over de hele wereld verbreid symbool van die vergevorderde mensen die in de drie werelden reizen en daaraan deelhebben. Die, als de bewaarders van verborgen waarheden, gedeelten daarvan aan betrouwbare individuen en groepen geven om de vooruitgang van de mensheid te bevorderen” – Uit: “Het afdalen in Hades – het opstijgen naar de hemel”, Theosophical University Presss Agency

De benen van god Vishnu, met de zeven rijken van Patala. Zijn voeten rusten op de slang Shesha

In Hindoe kosmologie is de wereld onderverdeeld in drie werelden: Svarga, de bovenste regionen. Prithvi, de aarde. Pãtãla, de benedenwereld. Pãtãla bestaat uit zeven regionen of Loka’s. De zevende en laagste daarvan wordt weer ook Pãtãla genoemd, maar ook wel Naga-loka. Dit zijn de regionen van de Naga’s (de slangenwezens), de Danavas (demonen zonen van Danu), Daityas (demonen zonen van Diti) en de Yakshas (natuurwezens en bewakers van de natuurlijke schatten in de aarde en tussen de wortels).

Naga’s belichamen aardse wateren en zijn bewaarders van poorten en doorgangen. Naga’s zijn wezens van overvloedige kracht die de onderwereld verdedigen, maar ook vruchtbaarheid en voorspoed verlenen aan daar waar ze in het aardse rijk mee verbonden zijn, een heiligdom, tempel of zelfs een heel koninkrijk. Als een Naga oprecht wordt aanbeden, kan het tot welvaart leiden. Indien genegeerd, afgesnauwd of beledigd, kan de Naga rampspoed veroorzaken.

Vishnu en Naga’s

Kaart van de hel, Sandro Botticelli

Leid mij uit het onwerkelijke naar het werkelijke!
Leid mij uit de duisternis naar het licht!
Leid mij uit de dood naar onsterfelijkheid!

Brihad-Aranyaka Upanishad 1.3.28

Door ‘af te dalen’ leren we meer over onszelf, wat onze diepste angsten en instincten zijn om ze te transformeren naar zaken die ons hoger brengen, naar meer bewustzijn, ons vrijer maken en zeker psychisch sterker. We leren over de fysieke dood en laten de angst om te sterven achter ons. Een deel van onze natuur leeft ook in de onzichtbare werelden, boven én beneden. We zijn in staat ons fysieke en stoffelijke zelf te transformeren naar een onpersoonlijke en spirituele in eenheid met ons Hoogste Zelf. We ontdekken de bron van de alchemie en de magische wetenschappen op de weg naar onsterfelijkheid.

Pin It on Pinterest

Share This