Toen ik begon aan dit bericht was het ‘All Hallow’s Eve, oftwel Halloween, de avond voor Allerheiligen op 1 november. Oorspronkelijk was All Hallow’s Eve een Voorchristelijk Keltisch oogstfeest en Oudjaarsdag. Alle oogst was dan binnen en het harde werken werd beloond met een feest. Samhain is dan de Nieuwjaarsdag, waarop de overleden Voorouders worden herdacht en geëerd. Er werd extra eten op de tafel gezet om de geesten van overledenen welkom te heten. Omdat de sluiers tussen de werelden met Samhain dun zijn, is er nog meer verbinding tussen de doden en de levenden. Boze geesten werden afgeschrikt door een afzichtelijk masker op te zetten.

© Peter Nicolai Arbo “Åsgårdsreien”

Uiteindelijk zijn al onze jaarfeesten van Voorchristelijke oorsprong. In de Christelijke tijd zijn veel van deze belangrijke momenten in een jaar en in het leven van de mensen gekerstend. Sommige ‘heidense’ rituelen en gebruiken konden niet worden verbannen en werden in een nieuwe, christelijke, vorm opgenomen. Zo is er ook een traditioneel, Voorchristelijk Sinterklaasverhaal.

De Wilde Jacht
De Wilde Jacht, ook wel Wuotanes Her, Das Wilde Heer in Duitsland, Wild Hunt in Engeland, Oskorei, Odens jakt of Åsgårdsrei in Scandinavië genaamd, was een spookachtige en schreeuwende groep geesten van overledenen die ’s nachts de hemel onveilig maakten. Ze raasden te paard met voorop de leider van de bende en meestal was dit Odin (andere naam is Wodan), maar ook Hella (ook wel Holda genaamd) of Perchta. Het was echt een razende stoet waaraan zowel mannen, vrouwen als kinderen deelnamen. Meestal gebeurde dit rond de winterzonnewende, enkele dagen voor en enkele dagen na de kortste dag van het jaar. Echter komt in Groningen de Wilde Heer langs rond Halloween. Dit vreemde, bovennatuurlijke verschijnsel werd ook gezien als voorbode voor onweer, storm en harde wind. In oude tijden was er geen straatverlichting, dus je kunt je voorstellen dat storm en onweer als een helse woestheid moest hebben geklonken.

© F. W. Heine “Wodan’s Wilde Jagd”

De basis voor de Wilde Jacht ligt in de verering van gestorven voorouders. Het dodenleger aangevoerd door Odin op zijn paard Sleipnir raasde door de lucht. In de oude tijd waren er in de Germaanse delen van Europa krijgersbonden en die waren aan Odin gewijd. Zij konden mensen berispen als ze hun boekje te buiten gingen. Ze hadden een soort opvoedende taak. In die tijd waren er ook nog de inwijdingsrituelen die van een knaap een man moesten maken. Je werd bij je ouders weggehaald en kreeg een inwijding. Je kunt je voorstellen dat dit ritueel voor een jongen een angstige aangelegenheid was, hier was niets zoet aan, echter waar hij wel stoutmoedig, manhaftig en dapper uitkwam. Trots, want hij had zijn angsten overwonnen! De zak waarin je wordt meegenomen heeft een opvoedende taak en is er één van inwijding.

Het verhaal over de Wilde Jacht wordt ook in verband gebracht met bezetenheid. Je stelde je lichaam beschikbaar om te worden overgenomen door een geest. Dat laten overnemen door een kracht, dus niet meer geheel in de menselijke vorm zijn, werd gedaan door speciale krijgers met een hoge status. Zo’n bewustzijnsstaat kunnen aannemen was namelijk een speciale kwaliteit die niet iedereen bezat. Tijdens die bezetenheid droegen de meesten een masker, om zich beter te kunnen identificeren met de dode. Die maskers waren zwart of groen, de kleuren van dood en verval. Het werd dus een dodenleger van zwarte krijgers, van Pietje de Dood. In vroegere tijden, waren dood en leven heel nauw met elkaar verweven. In veel culturen is het wiel van geboorte, leven, dood, transformatie en wedergeboorte heel actueel en staat dit nog dicht bij de mens.

Perchta

Perchta wordt ook als aanvoerster van de Wilde Jacht gezien. Het ‘makkers staakt uw wild geraas’ uit het sinterklaaslied, kan ook voor haar opgaan. Het was nogal een kabaal zoals deze mythische troep door de lucht joeg. In de tijd van duisternis (herfst en winter) en van het onderbewuste (de binnenwereld, de ziel) was het leger op zoek naar ronddolende zielen om die mee te nemen naar de Andere wereld. Perchta is te vergelijken met Holda die ook wordt aangeduid als een aanvoerster van de Wilde Jacht. Beiden hebben een connectie met het dodenrijk en de wereld van overgegane zielen. Perchta beloont vlijt en behulpzaamheid, ze schenkt in dat geval spoelen en munten en zorgt voor de groei van het graan; kijk daar hebben we weer die vergelijking met belonen en vruchtbaarheid en ze waakt over de zielen van de ongeborenen. Net als Holda heeft zij twee kanten, het belonen en bestraffen. Perchta komt ook voor als De Perchten. Figuren die dieren- en heksenmaskers dragen en met Driekoningen in optocht door de straten trekken. In Duitsland wordt deze optocht, de Perchtenlauf, nog steeds gelopen. In het Oudhoogduits heet Driekoningen daar Perthennacht. Perchta wordt in verband gebracht met Witte Vrouwen.

Perchta gaat tijdens Driekoningen op zoek naar stoute en luie kinderen om hun buik open te snijden en de ingewanden eruit te halen, om vervolgens de leegte weer te vullen met stro of stenen, waarna ze in een put worden gegooid. De goede, vlijtige kinderen kregen een zilveren muntje. Ze kon ook nachtmerries brengen. Wanneer je nu oliebollen had gegeten kon Perchta niet de buik opensnijden, omdat haar mes uit zou glijden over het vet van de oliebollen.

Verwant aan Perchta is Befana. Een Italiaanse heks die in de nacht van Driekoningen cadeautjes komt brengen aan de goede, gehoorzame kinderen. Ouders dreigen hun kinderen met gehoorzaamheid, want anders komt Befana om je op te eten! Ze vult de sokken van de kinderen dan met snoep of kool. Ze heeft een gezicht bedekt met roet, omdat ze door de schoorsteen komt om haar geschenk af te leveren. Ze vliegt op een bezemsteel van huis naar huis. Waarschijnlijk komt haar naam van Epifanie, wat een andere naam is voor Driekoningen. Epifanie is het woord voor ‘plotselinge openbaring’. De manifestatie van de belofte van nieuw leven in de lente of het verschijnen van het Christuskind aan de drie wijzen.

Bij het gedicht “Erlkönig” geschreven door J. W. von Goethe

In de Germaanse tijd was er ruimte voor de andere sekse, vrouwen. Vooral zij hadden twee kanten en een connectie met kinderen. In de Christelijke tijd is het beeld met betrekking tot vrouwen veranderd en werden ze uitgemaakt voor heks of moeder van de duivel. Dat kan nooit een goedheiligvrouw zijn, had men bedacht. In die Christelijke tijd werd toen een heilige geïtroduceerd, want dat hoorde zo, de heilige Nicholaas die cadeautjes bracht. Deze man kon dat bezorgen echter nooit alleen voor elkaar krijgen, dus het leger bleef, maar de betekenis daarvan is in de vergetelheid geraakt.

Bronnen:
“Is Sinterklaas de opvolger van Wodan
Seidr, het Noordse Pad” Linda Wormhoudt
“Sinterklaas en Wodan; wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is..”

Door Christel Nijland (Shama Kaur)

Pin It on Pinterest

Share This